Jaarverslag internationale betrekkingen 2016/2017

 

Jaarverslag Internationale Betrekkingen van mei 2016 tot mei 2017
Donateursvergadering Den Haag, 23 mei 2017

Dames en heren,

Er is het afgelopen bestuursjaar door de bestuursleden en de vrijwilligers van JES weer hard gewerkt.
U heeft mijn collega bestuursleden al over hun werkzaamheden in Nederland gehoord.

Van mij krijgt u een verslag van wat JES op het internationale terrein het afgelopen jaar heeft gedaan. Als Bestuurslid Internationale Betrekkingen werk ik het hele jaar door intensief samen met onze permanente vertegenwoordiger in Genève, José Adriaansen-Smit, vooral voor wat betreft de zaken die te maken hebben met de Verenigde Naties. Dit jaarverslag geldt daarom ook dit jaar weer als haar jaarverslag.

Zoals u van mij gewend bent zal ik dit verslag beginnen met onze werkzaamheden bij de Verenigde Naties.

 
Verenigde Naties

Onze aanwezigheid bij de sessies van de Mensenrechtenraad van de Verenigde Naties vormt een belangrijk onderdeel van ons buitenland beleid. Deze sessies, die tussen de 3 en 4 weken duren, vinden 3 keer per jaar plaats in Genève. José gaat naar zo veel mogelijk sessies toe en ik ga minstens 2 keer per jaar voor een paar dagen.

Als Non-Gouvernementele Organisatie met “Status Roster” hebben wij een speciale status waardoor wij schriftelijke en mondelinge verklaringen mogen afleggen. Een privilege waarvan wij regelmatig gebruik maken om onze zaak onder de aandacht te brengen en te houden.

Zo heb ik in september 2016 tijdens de 33ste sessie de Mensenrechtenraad toe kunnen spreken. Het thema van onze mondelinge verklaring was het San Francisco Vredesverdrag, waarachter Japan zich nog steeds verschuilt.
Een NGO, zoals JES, heeft in de Human Rights Council slechts twee minuten spreektijd. U zult begrijpen dat we een stuk waarin we ons goed onderbouwde standpunt willen vertellen en wat toch nog op een normaal tempo voorgelezen kan worden in twee minuten, niet zo maar uit de mouw schudden. Daar gaat flink wat tijd voor overleg, herschrijven en schrappen in zitten. Het is dan ook een echt teamwork van het bestuur incl. José.

De 34ste sessie in februari en maart 2017 hebben José en ik voornamelijk gebruikt om onze contacten met de Nederlandse Permanente Vertegenwoordiging voor de Verenigde Naties in Genève te verstevigen. De Ambassadeur, waarmee we een goed contact hadden, is begin dit jaar met pensioen gegaan en andere stafleden zijn overgeplaatst. Wij hebben kennis gemaakt met de tijdelijke waarnemer en de voor ons belangrijke nieuwe stafleden die zich bezig houden met de Mensenrechten.
Bij de volgende sessie in juni zullen José en ik kennis maken met de dan net benoemde nieuwe Ambassadeur van Nederland.

Eind dit jaar wordt in Genève tijdens de UPR (Universele Periodieke Evaluatie) de mensenrechten in Japan onder de loep genomen.
Wij hebben hiervoor in maart een uitgebreid stuk ingeleverd dat onderdeel zal worden van een samenvattend verslag over de mensenrechtensituatie in Japan. Iedere lidstaat van de Verenigde Naties krijgt eens per 4 jaar zo’n evaluatie moment. Ook in 2008 en 2012 heeft JES een stuk ingeleverd voor de toenmalige UPR van Japan.

 

Overige buitenlandse werkzaamheden

Sinds eind 2014 ben ik namens JES betrokken bij een internationaal project dat tot doel heeft authentieke documenten rond ‘Comfort Women’ (in het Nederlands vaak eufemistisch Troostmeisjes genoemd) bij de UNESCO te nomineren om in het Memory of the World Register opgenomen te worden

De geschiedenis van de Troostmeisjes en vooral het stelselmatig ontkennen van de Japanse regering van hun rol hierin tijdens de oorlog is een belangrijk onderwerp dat ook in de toekomst van historische waarde is.

Een internationale commissie onder leiding van een Zuid Koreaans team heeft sinds eind 2014 hard gewerkt om zoveel mogelijk documenten bij elkaar te verzamelen.
In deze commissie hebben organisaties uit Zuid Korea, Japan, China, Taiwan, de Phillippijnen, Indonesië, Oost Timor en Nederland zitting.

In mei van 2016 is het dossier rond de ‘Comfort Women’ met de titel: Voices of the ‘Comfort Women’ aangeleverd bij de UNESCO.
Pas komende herfst zal duidelijk zijn of de UNESCO de nominatie accepteert en of daarmee dan ook daadwerkelijk de geschiedenis van de Comfort Women opgenomen zal worden in het Memory of the World Register.

Voornoemde internationale commissie is in 2016 regelmatig in vergadering bijeen geweest om over de vorderingen rond de nominatie met elkaar te spreken. Meestal gecombineerd met een conferentie of symposium om ze veel mogelijk publiek erbij te betrekken.

Op uitnodiging van Shanghai Normal University ben ik in oktober naar het internationale symposium “Memories of War and Peace of Mankind” gegaan. In een van de gebouwen van deze universiteit werd op 22 oktober het Chinese ‘Comfort Women’ History Museum geopend. Tegelijkertijd werd voor het museum een standbeeld van een ‘Comfort Woman’ onthuld.
Wij hebben als team van de UNESCO nominatie de stand van zaken rond de nominatie doorgenomen en verdere plannen gemaakt om de zaak onder de aandacht te brengen.

In Seoul vond op 16 november de Internationale Conferentie: “Voices of the ‘Comfort Women: Their Resonance and Amplification” plaats.
Daar heb ik een presentatie gegeven over de documenten die JES ingeleverd heeft als onderdeel van het totaal aan documenten die afgelopen mei bij de UNESCO aangemeld zijn.

Aangezien JES opkomt voor de belangen van alle slachtoffers van de Japanse bezetting in Nederlands-Indië spreek ik op dit soort bijeenkomsten natuurlijk niet alleen over de Troostmeisjes maar betrek ik in mijn presentaties alle andere slachtoffers daar ook bij.

Hoewel de focus vooral in Zuid Korea vooral op de Comfort Women ligt krijg ik toch altijd veel aandacht voor het verhaal over de Nederlanders uit voormalig Nederlands-Indië die tijdens de Tweede Wereldoorlog door toedoen van de Japanse overheid schade hebben geleden in concentratiekampen, gevangenissen of daarbuiten.

Het valt mij al jaren bij alle conferenties in Azië op dat vooral de jongere Koreanen en Japanners oprecht geïnteresseerd zijn in het verhaal over Nederlands Indië; een stuk van de geschiedenis waar zij meestal niets of heel weinig vanaf weten.
Doordat mijn presentaties direct simultaan vertaald worden en ook mijn vooraf ingestuurde teksten in het Koreaans, Japans en Chinees in de conferentieboeken verschijnen is het voor iedereen goed duidelijk wat ik te vertellen heb.

 
Werkzaamheden in Nederland

Behalve in het buitenland ben ik ook in Nederland voor JES actief.

In juni 2016 heb ik contact gezocht met het bureau van de Nederlandse Nationale UNESCO Commissie in de persoon van de Beleidscoördinator Communicatie & Informatie
Sinds die tijd houd ik de Nederlandse Commissie op de hoogte van onze werkzaamheden rond de Comfort Women nominatie.
JES is via hen opgenomen in de groep van instituten die of al een Memory of the World nominatie hebben of net als wij bezig zijn met een mogelijke nominatie.

Ik probeer iedere maand bij de demonstratie bij de Japanse Ambassade aanwezig te zijn, en ben iedere keer weer erg dankbaar dat er in weer en wind toch nog altijd demonstranten staan. Ik vind de gesprekken met de demonstranten zeer indrukwekkend en ook inspirerend.

Ook het constant terugkerende gesprek met de dienstdoende Haagse politie agent om hem of haar op de hoogte te brengen van het hoe en waarom van de demonstratie is een maandelijks terugkerend hoogtepunt! En dat terwijl onze secretaris Anneriet toch echt voor iedere keer alle vergunningen perfect geregeld heeft. Het probleem is dat de leiding van de politie het niet doorgeeft aan de agent in het politiehuisje.
Dan leggen we het nog maar een keertje uit.

De politie heeft altijd extra aandacht voor ons als er iets bijzonders gebeurt zoals afgelopen februari toen de filmploeg van de Engelse documentairemaker James Pastouna aanwezig was.
Ook dat soort speciale gebeurtenissen weten we iedere keer weer in goede banen te leiden.
Hier in Den Haag hoeven gelukkig niet busladingen vol agenten de ambassade volledig aan het oog te onttrekken, zoals het bv iedere week in Seoul, Zuid Korea, wel gebeurt.

In het bestuur ben ik verantwoordelijk voor onze website en Twitter. Ik ben blij dat ik al een aantal jaren voor de website steun krijg van mijn twee Jannen: Jan van Koeverden en Jan Freeke.

Dit volle en interessante bestuursjaar is weer voorbij.
Voor het komende jaar staan in ieder geval twee belangrijke dingen waar we bij betrokken zijn, op het programma:

In september hopen we de uitslag van de UNESCO te kijgen of de internationale nominatie van The Voices of Comfort Women voor het Memory of the World register wel of niet geaccepteerd wordt.
In november worden de mensenrechten in Japan door de collega lidstaten van de Verenigde Naties onder de loep genomen.

Ik hoop u allen volgend jaar bij de donateursvergadering in goede gezondheid weer te ontmoeten en u daarover en over ongetwijfeld andere onderwerpen meer te kunnen vertellen.

Mocht u gedurende het jaar willen weten waar ik mee bezig ben, aarzel dan alstublieft niet om mij aan te schieten bij de demonstratie, volg mij op Twitter of open af en toe onze, steeds uitgebreider en mooier wordende, website.

 

Brigitte van Halder
Bestuurslid Internationale Betrekkingen