De Staat heeft een ereschuld aan de Indische slachtoffers inzake de individuele erkenning en compensatie en de ongelijke behandeling. Een terechte eis volgens de rechter maar de staat blijft bij de stellingname van de verjaring en wil niet in serieus overleg hierover met JES.
———
PERSBERICHT
5 mei 2026
Stichting Japanse Ereschulden dient klacht in bij Nationale Ombudsman: ministerie van VWS handelt onbehoorlijk jegens slachtoffers van Japanse bezetting.
Vandaag – in de week van 4 en 5 mei – dient Stichting Japanse Ereschulden (JES) een klacht in bij de Nationale ombudsman over de handelwijze van de bewindspersonen van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS). De stichting behartigt de belangen van Nederlanders die tijdens de Tweede Wereldoorlog hebben geleden onder de Japanse bezetting van voormalig Neder-lands-Indië, en hun nazaten.
De Japanse bezetting van voormalig Nederlands-Indië tijdens de Tweede Wereldoorlog ging ge-paard met een gruwelijk schrikbewind. Op grote schaal werden burgers opgesloten in kampen, ge-marteld, uitgehongerd en gedwongen tot arbeid. Naast immaterieel leed hebben de slachtoffers zware materiële schade geleden: huizen, dorpen en alle bezittingen werden vernietigd of in beslag genomen. Zij kwamen berooid aan in Nederland en hebben deze schade nooit vergoed gekregen: de Nederlandse Staat deed via een verdrag met Japan namens zijn onderdanen afstand van alle vorderingen en sloot deze groep bovendien uit van de Wet op de Materiële Oorlogsschade – een regeling waar personen die schade hadden geleden in Nederland wél aanspraak op konden ma-ken. De slachtoffers van de Japanse bezetting hebben zich altijd tweederangsburger gevoeld.
De rechtbank Den Haag oordeelde op 1 juni 2022 dat de Staat hiermee onrechtmatig handelt: de Nederlandse Staat heeft de teruggekeerde slachtoffers van de Japanse bezetter ongelijk behandeld ten opzichte van de slachtoffers van de Duitse bezetting in Nederland bij de vergoeding van oor-logsschade. Voor dit onderscheid valt geen objectieve en redelijke rechtvaardiging aan te wijzen.
Hoewel de vorderingen niet konden worden toegewezen vanwege verjaring, laat dit oordeel zien dat de Staat een ereschuld heeft tegenover de slachtoffers. Bij het uitspreken van het vonnis heeft de voorzitter van de rechtbank de Nederlandse Staat opgeroepen om in overleg met Stichting JES te treden om tot een gerechtvaardigde oplossing voor deze ongelijke behandeling te komen.
Sindsdien heeft Stichting JES geprobeerd met VWS in overleg te treden over individuele erkenning en compensatie, maar is geconfronteerd met een patroon van gebrekkige communicatie en non-responsiviteit: zo heeft het ministerie op een brief van mei 2024 – ondanks herhaalde herinneringen en een uitdrukkelijke toezegging dat een reactie spoedig zou volgen – meer dan anderhalf jaar lang niet gereageerd.
Het ministerie weigert bovendien iedere vorm van individuele financiële compensatie. De onge-rechtvaardigde ongelijke behandeling betreft echter een onderscheid dat naar zijn aard niet kan worden weggenomen door maatregelen van uitsluitend collectieve erkenning. De Staat zou als be-hoorlijk handelende overheid – fouten uit het verleden onder ogen moeten zien en de ongelijke be-handeling moeten rechtzetten – des te meer nu het gaat om schade ten gevolge van buitengewoon oorlogsleed.
Het indienen van dit verzoek bij de Nationale ombudsman is voor Stichting JES het laatste beschik-bare middel om alsnog binnen afzienbare termijn tot een behoorlijke behandeling te komen. Daarbij speelt een belangrijke rol dat het om een groep kwetsbare personen op zeer hoge leeftijd gaat.
Stichting JES verzoekt de Nationale ombudsman een onderzoek in te stellen, te oordelen dat de bewindspersonen van VWS onbehoorlijk hebben gehandeld – zowel wat betreft de gebrekkige communicatie als de weigering om compensatie toe te kennen en hen aan te bevelen alsnog over te gaan tot passend herstel.
Gelet op de hoge leeftijd van de betrokkenen verzoekt de stichting de Nationale ombudsman de klacht met de grootst mogelijke voortvarendheid te behandelen.
Voor nadere informatie over dit Persbericht kunt u contact opnemen met:
Erik Martens, voorzitter +31(0)651317549
Jan Freeke, vice voorzitter +31(0)653831329
———————-
Stichting Japanse Ereschulden
Opgericht 4 april 1990
Platinaweg 25, 2544 EZ Den Haag Tel: 070 306 37 42
Website: www.japanse-ereschulden.nl Mail: info@japanse-ereschulden.nl KvK: 41 156 189 IBAN: NL97INGB0006259139 IBAN: NL29ABNA0556642007
Documentaire over de vrouwen en meisjes die de Japanse kampen overleefden en hoe zij hier later in hun leven mee omgingen.
Omdat er weinig foto’s en filmmateriaal bestaat, zijn in de film veel tekeningen te zien die de vrouwen en kinderen in het kamp hebben gemaakt.
Hieronder een link naar de trailer van de film.
https://www.filmladder.nl/film/als-ik-mijn-ogen-sluit-2024

PERSBERICHT
Den Haag, 12 November 2023
28.213 dagen sinds de Japanse capitulatie ongelijk behandeld
Selling a Colonial War
De aap komt uit de mouw. Nederland liet de slachtoffers van Japans geweld vallen als een baksteen. Oud-minister Ben Bot geeft het (eindelijk) op beeld toe.
Lang zorgde het Indische Zwijgen ervoor dat veel mensen niet wisten wat er gebeurde daar, toen, in Nederlands-Indië. Bij de jaarlijkse herdenkingen van de slachtoffers van de Japanse bezetting wordt steeds benadrukt dat de verhalen van toen van groot belang zijn. De tijd dringt: de jonge slachtoffers van toen zijn de oudjes van nu.
Daarom is de film “Selling a Colonial War” die gisteren bij de IDFA in première ging zo belangrijk. Het vertelt messcherp hoe de Nederlandse staat koste wat het kost Nederlands-Indië direct na de Japanse capitulatie wilde behouden, en hoe zij een politiek verhaal verzon om het publiek daarover te misleiden.
In het verlengde van dat verhaal stelde de Nederlandse staat decennialang onterecht dat het erkennen en compenseren van slachtoffers van de Japanse bezetting ingewikkeld en onmogelijk zou zijn. Vorig jaar oordeelde de rechter dat deze ongelijke behandeling van deze oorlogsslachtoffers t.o.v. andere slachtoffers opgelost moet worden. Recent stelden vele Kamerleden, en leden van het Kabinet, dat het toekennen van een compensatie voor het achterblijven van achterstallig loon en individuele schade nooit mag afhangen van de hoogte van het bedrag, maar juist moet bijdragen aan het verminderen van het individuele leed. Dat het lijden voortduurt erkent iedereen.
Als onderdeel van de soevereiniteitsoverdracht in 1949 onderhandelde Nederland dat de nieuwe Republiek Indonesia 4,5 miljard gulden schade aan Nederland moest betalen, en dat de eventueel bij Japan te claimen individuele materiële oorlogsschade van de Nederlanders uit voormalig Nederlands-Indië aan Indonesië werd overgedragen. Vervolgens ontving Nederland in 1956 $10 miljoen smartegeld van Japan en vrijwaarde Nederland Japan nog eens extra van het betalen van de individuele materiële oorlogsschade. Nederland vond het niet nodig haar eigen onderdanen te compenseren. Een schamele schadevergoeding van 415 gulden per persoon werd uitgekeerd aan burgergeïnterneerden en ex-krijgsgevangen. De buitenkampers werden als niet geïnterneerden uitgesloten van de regeling.
Oud-minister van buitenlandse zaken Ben Bot, zelf slachtoffer van Japans geweld, verklaart in Selling a Colonial War dat hij gedurende zijn ministeriële ambtstermijn (2003 – 2007) met toenmalig minister van financiën Zalm en premier Balkenende onderzocht hoe de slachtoffers gecompenseerd zouden kunnen worden, omdat individuele Nederlanders zo duidelijk onvoldoende tegemoet waren gekomen in hun oorlogsverlies. Binnenskamers concludeerden zij dat een gerechtvaardigde compensatie van bijna 100 miljard gulden voor Nederland “catastrofaal” zou zijn. En dus deed men, weer, niets. Dat Nederland de slachtoffers niet compenseert blijkt dus direct af te hangen van de hoogte van het bedrag. Weer tracht Nederland haar volk te misleiden.
Dat compensatie catastrofaal zou zijn is moeilijk te doorgronden. Inmiddels zijn de meeste slachtoffers al overleden, en op een jaarbegroting van € 330 miljard kan het niet lastig zijn om in een Nederlandse Japanse Ereschuld te voorzien, zoals indertijd (1950/51) de Nazi-slachtoffers onder de Wet Materiële Oorlogsschade tegemoet zijn gekomen.
De Nederlandse regering moet eindelijk erkenning en compensatie geven aan de slachtoffers en hun nazaten, een gemeenschap van 2 miljoen Nederlanders. De inmiddels demissionaire regering wijst desondanks nog steeds individuele compensatie af. Portefeuillehouder Staatssecretaris van Ooijen is ervan overtuigd dat alleen collectieve maatregelen het leed van de slachtoffers kunnen verminderen. Hij laat desgevraagd echter onbeantwoord wat die collectieve maatregelen dan concreet zijn, en hoe deze het leed werkelijk verminderen. En dat lijden en verdriet duren al ruim 80 jaar.
Ook voor een demissionaire regering is er alle reden de erkenning en compensatie direct en volledig te geven. Gelijke behandeling en compensatie zijn immers niet politiek controversieel, ze zijn moreel, barmhartig en grondwettelijk.
Stichting Japanse Ereschulden
Gekopieerd aan de lijsttrekkers van de aanstaande Tweede Kamer verkiezingen
Programma Jaarlijkse Donateursvergadering 13 juni 2023
Beste donateurs,
Normaal is onze Jaarlijkse Donateursvergadering op de derde dinsdag in Mei. Dit jaar moeten we deze helaas verplaatsen naar dinsdag 13 juni. Daardoor valt de Donateursvergadering dit jaar samen met de maandelijkse Demonstratie welke altijd op de 2de dinsdag van de maand plaatsvind. Dat betekend voor een aantal mensen dat ze in juni toch maar één reis naar Den Haag hoeven te maken als zij beide bijeenkomsten willen bijwonen.
De demonstratie is van 11.45 tot 12.15, zoals altijd, tegenover de Japanse Ambassade. De demonstranten vertrekken na afloop naar het Marriott Hotel voor een lunch en de Jaarvergadering.
U kunt zich aanmelden via het formulier dat in ons NieuwsMagazine is bijgevoegd.
Tot 13 juni!
