Persberichten

Persbericht 21-01-2022 en Persbericht 09-12-2020

Zitting in rechtsprocedure 24 januari 2022 bij de rechtbank Den Haag.

Stichting JES komt op voor de belangen van Nederlandse slachtoffers die door toedoen van Japan tijdens de Tweede Wereldoorlog in voormalig Nederlands-Indië oorlogsschade hebben geleden. Hieronder vallen mensen die de meest verschrikkelijke dingen hebben meegemaakt, in Japanse interneringskampen en daarbuiten. Aan veel van de slachtoffers is door de Japanse bezetter onomkeerbare fysieke en geestelijke schade toegebracht door onder andere intimidatie, opsluiting, marteling, uithongering en ontzegging van medicijnen. Daarnaast zijn inboedels geroofd en huizen, gehele wijken en dorpen vernietigd. 

De Nederlanders uit Nederlands-Indie is groot onrecht aangedaan. Een reden dat hen nooit compensatie is geboden ligt ook in het optreden van de Nederlandse regering na de Tweede Wereldoorlog. De Nederlandse Staat heeft namelijk de weg naar schadevergoeding van Japan afgesloten door afstand te doen van de vorderingen van slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog jegens Japan door middel van een Verdrag en Protocol in de jaren ’50. De Nederlandse Staat heeft de slachtoffers daarvoor nooit compensatie geboden. Daarnaast behandelde de Nederlandse Staat mensen uit Nederland en die uit Nederlands-Indië ongelijk wat betreft de vergoeding van oorlogsschade. Het gevolg hiervan is dat de oorlogsschade van slachtoffers uit Nederlands-Indië tot op de dag van vandaag niet is vergoed.  

 Over deze kwestie heeft Stichting JES en een groep individuele eisers tegen de Nederlandse Staat een rechtszaak aangespannen. De zitting in deze procedure vindt plaats op 24 januari 2022 bij de rechtbank Den Haag. Vóór het starten van de procedure heeft Stichting JES twee brieven gestuurd naar de Staat om in overleg te treden. Hier is nooit antwoord op gekomen. In plaats daarvan is de Staat met gestrekt been in de procedure gegaan. Desondanks blijft Stichting JES hopen dat deze kwestie – ook met het nieuwe kabinet in het achterhoofd – buiten de rechter om kan worden opgelost. De tijd begint te dringen: degenen die de Tweede Wereldoorlog hebben meegemaakt zijn allemaal op zeer hoge leeftijd. De slachtoffers en nabestaanden hopen dat er nu eindelijk erkenning komt voor het leed dat de slachtoffers in Nederlands-Indië is aangedaan en hoe de Nederlandse Staat hiermee is omgegaan. Voor nadere informatie verwijs ik u naar het bijgevoegde persbericht, uitgebracht bij de dagvaarding.

———————————————————————————————

Stichting Japanse Ereschulden dagvaardt de Nederlandse Staat vanwege het onmogelijk maken voor slachtoffers van schadeverhaal op Japan

Stichting Japanse Ereschulden dagvaardt de Nederlandse Staat vanwege het onmogelijk maken voor slachtoffers van schadeverhaal op Japan

Stichting Japanse Ereschulden is deze week, samen met individuele slachtoffers en nabestaanden, een proce- dure gestart tegen de Nederlandse Staat wegens de gevolgen van het Vredesverdrag met Japan in 1951 en het Yoshida-Stikker-Protocol in 1956. Het gaat hier om het ontbreken van volledige erkenning van schade geleden door oorlogsslachtoffers in voormalig Nederlands-Indië tijdens de Japanse bezetting in de Tweede Wereldoor- log. Het betreft schade geleden door schending van de meest fundamentele rechten. Aan veel van de slachtof- fers is door de Japanse bezetter irreversibele fysieke en geestelijke schade toegebracht onder andere door inti- midatie, opsluiting, marteling, uithongering en ontzegging van medicijnen. Daarnaast zijn inboedels geroofd en huizen, gehele wijken en dorpen vernietigd.

De Nederlandse Staat heeft de route naar volledige erkenning en compensatie van schade afgesneden door middel van het destijds gesloten Vredesverdrag met Japan (1951) en het Yoshida-Stikker-Protocol (1956). Ne- derland heeft in het Vredesverdrag en het Yoshida-Stikker-Protocol afstand gedaan van vorderingen van de Nederlandse oorlogsgetroffenen en hun nabestaanden jegens Japan. Als gevolg hiervan kunnen de Nederland- se slachtoffers de Japanse staat niet met succes aanspreken op de oorlogsmisdaden die zijn gepleegd en de schade die hierdoor is veroorzaakt. Deze ‘ontrechting’ klemt te meer nu de Nederlandse Staat tot op de dag van vandaag evenmin bereid is zelf volledige compensatie te bieden, terwijl hij daartoe wel verplicht is.

Stichting Japanse Ereschulden dagvaardt daarom nu, samen met individuele slachtoffers en nabestaanden, de Nederlandse Staat om erkend te krijgen dat met het afstand doen van vorderingen op Japan en het tot op de dag van vandaag weigeren om de slachtoffers daarvoor te compenseren, door de Staat onrechtmatig is gehan- deld.

Stichting Japanse Ereschulden zet zich in voor de belangen van Nederlanders en hun nabestaanden uit voor- malig Nederlands-Indië die tijdens de Tweede Wereldoorlog door toedoen van Japan schade hebben geleden. Het is de hoogste tijd dat, 75 jaar na de capitulatie van Japan, juridische aansprakelijkheid wordt erkend voor de positie waarin de Staat betrokkenen heeft gebracht en dat de Nederlanders uit voormalig Nederlands-Indië volledig worden gecompenseerd voor het ondervonden leed en de oorlogsschade.

Stichting Japanse Ereschulden heeft de Staat daarover aangesproken en aangeboden mee te denken over moge- lijke oplossingsrichtingen. Tot dusverre heeft de Staat echter geen enkele reactie gegeven. Dat is voor de oor- logsgetroffenen en hun nabestaanden extra pijnlijk in dit belangrijke herdenkingsjaar. Stichting Japanse Ere- schulden heeft zich daarom genoodzaakt gezien een juridische procedure te starten teneinde de aansprakelijk- heid van de Staat vastgesteld te krijgen. Deze week is bij de Staat een dagvaarding bezorgd. Dat is helaas ken- nelijk de enige manier waarop de al 75 jaar durende impasse tussen de Staat en de Indische gemeenschap kan worden doorbroken.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met dhr. H. Leversteijn  (h.leversteijn@gmail.com) 0621891858) en dhr. J.F. van Wagtendonk (jfvanwagtendonk@hotmail.com).

Persbericht 11-08-2020

Persbericht

Stichting Japanse Ereschulden genoodzaakt tot procedure
tegen de Nederlandse Staat

Tijdens de Japanse bezetting in de Tweede Wereldoorlog
hebben Nederlanders in voormalig Nederlands-Indië ernstige oorlogsschade
geleden. Het gaat daarbij om schade geleden door schending van de meest
fundamentele mensenrechten. Aan veel van de slachtoffers is fysieke en
geestelijke schade toegebracht onder andere door opsluiting, marteling,
uithongering en ontzegging van medicijnen. Daarnaast zijn huizen, inboedels,
wijken en dorpen vernietigd. De oorlogsgetroffenen zijn tot op de dag van
vandaag niet voor die schade gecompenseerd. De Nederlandse Staat heeft de route
naar volledige compensatie afgesneden door middel van het destijds gesloten
Vredesverdrag in 1951 met Japan. Nederland heeft in het verdrag afstand gedaan
van vorderingen van de Nederlandse oorlogsgetroffenen en hun nabestaanden
jegens Japan. Als gevolg hiervan kunnen de Nederlandse slachtoffers de Japanse
staat niet met succes aanspreken op de oorlogsmisdaden die zijn gepleegd en de
schade die hierdoor is veroorzaakt. Deze ‘ontrechting’ klemt te meer nu de
Nederlandse Staat tot op de dag van vandaag evenmin bereid is zelf volledige
compensatie te bieden, terwijl hij daartoe wel verplicht is. Het ontbreken van
de erkenning van juridische aansprakelijkheid en de geleden schade in een
erbarmelijke oorlogstijd doet pijn, zelfs als deze pijn 75 jaren geleden is
ontstaan.

Sinds de Tweede Wereldoorlog zijn er weliswaar enkele
regelingen getroffen voor de betrokken oorlogsslachtoffers, zoals ‘Het Gebaar’
in 2000 dat voorzag in erkenning van de gebreken in het naoorlogs rechtsherstel
en de bureaucratische kille ontvangst. De Nederlandse Staat is met deze
regelingen echter niet tot een volledige erkenning en compensatie gekomen van
de schade. Bovendien gaat het met deze regelingen alleen om morele
genoegdoening en niet om erkenning van juridische aansprakelijkheid. In plaats
van te kiezen voor juridische inclusie, heeft de Staat daarmee ten onrechte
steeds gekozen voor (de voortzetting van) juridische uitsluiting van de
oorlogsgetroffenen.

Stichting Japanse Ereschulden zet zich in voor de belangen
van Nederlanders en hun nabestaanden uit voormalig Nederlands-Indië die tijdens
de Tweede Wereldoorlog door toedoen van Japan schade hebben geleden. Het is de
hoogste tijd dat de Staat, 75 jaar na de capitulatie van Japan, eindelijk
juridische aansprakelijkheid erkent voor de positie waarin hij betrokkenen
heeft gebracht en de Indische gemeenschap volledig compenseert voor de
oorlogsschade en het ondervonden leed. Stichting Japanse Ereschulden heeft de
Staat daarover aangesproken en aangeboden mee te denken over mogelijke
oplossingsrichtingen. Tot dusverre heeft de Staat echter geen enkele reactie
gegeven. Dat is voor de oorlogsgetroffenen en hun nabestaanden extra pijnlijk
in dit belangrijke herdenkingsjaar. Stichting Japanse Ereschulden ziet zich
daarom genoodzaakt een juridische procedure te starten teneinde de
aansprakelijkheid van de Staat vastgesteld te krijgen. Dat is kennelijk de
enige manier waarop de al 75 jaar durende impasse tussen de Staat en de
Indische gemeenschap kan worden doorbroken.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Hein Leversteijn (e-mailadres h.leversteijn@gmail.com telefoon 06 21891858) of Jan van Wagtendonk (e-mailadres jfvanwagtendonk@hotmail.com

Den Haag, 11 augustus 2020

Mitsubishi weigert gesprek slachtoffers!

Ondanks dringend verzoek van AHC Eneco weigert Mitsubishi in gesprek te gaan met J.E.S.

Hieronder de brief van de aandeelhouderscommissie Eneco, d.d: 23 maart 2020

Stichting Japanse Ereschulden
Tav. J. van Wagtendonk
Platinaweg 25
2544 EZ ‘s-Gravenhage

Geachte heer Van Wagtendonk ,

Nadat de Aandeelhouderscommissie Eneco (hierna: AHC1) het consortium van Mitsubishi Corporation en Chubu Electric Power heeft geselecteerd als voorgenomen koper van de aandelen van Eneco, heeft u bij verschillende gemeenteraden van aandeelhoudende gemeenten aandacht gevraagd voor het oorlogsverleden van Mitsubishi. Onder meer door uw aangrijpende betoog heeft de AHC kennis kunnen nemen van de schokkende verhalen van de krijgsgevangenen die tijdens de Tweede Wereldoorlog dwangarbeid hebben verricht voor Japan. De AHC heeft een groot respect voor de wijze waarop u opkomt voor de slachtoffers en nabestaanden die gedurende de Tweede Wereldoorlog hebben geleden onder het Japanse regime.
Namens de AHC wens ik u te informeren over het vervolg dat de commissie hier aan heeft gegeven. Zoals aan u is toegezegd heeft de AHC de verhalen en de zorgen overgebracht aan vertegenwoordigers van Mitsubishi Corporation en hen verzocht om in contact te treden met de slachtoffers en hun vertegenwoordigers. In reactie daarop heeft Mitsubishi Corporation afwijzend gereageerd op het verzoek van de aandeelhouders, onder verwijzing naar haar formele oprichtingsdatum in 1954.
Ook heeft de commissie de kwestie geadresseerd bij het ministerie van Buitenlandse Zaken. De minister van Buitenlandse Zaken heeft in een reactie laten weten dat de kwestie formeel is afgedaan met het vredesverdrag van San Fransisco (1951) en het Yoshida-Stikker Akkoord (1956). Wel zouden excuses uit eigen beweging van Mitsubishi aan Nederlandse slachtoffers die voor het Mitsubishiconglomeraat dwangarbeid hebben verricht zeker welkom zijn en een belangrijke bijdrage kunnen leveren aan de verwerking van het traumatisch oorlogsverleden. Ten slotte laat de minister weten dat de Nederlandse overheid de Japanse overheid heeft gewezen op de wensen van Stichting Japanse Ereschulden.

1 De Aandeelhouderscommissie coördineert het verkoopproces en bestaat uit verschillende aandeelhoudende gemeenten.

Aandeelhouderscommissie Eneco

Namens de AHC hoop ik u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd,

Met vriendelijke groet.